Welkom op de website van Haro op het Veld
Haro op het Veld (1926 - 2006)
Het leven van de tekenaar, schilder en beeldhouwer Haro op het Veld wordt bepaald door zijn herkomst als zoon van
een dorpstimmerman in Leeuwen (Limburg) en door de vroege ontmoeting met de schilderes Gisèle van Waterschoot van
der Gracht (*1912). Zij zag het talent van de 14-jarige en stimuleerde hem in meerdere opzichten. In de bibliotheek
van haar atelier ontdekte hij het werk van Ingres en Doré dat hem voortaan als inspiratie diende voor zijn potlood-
en pentekeningen. Gisèle zorgde voor Oost-Indische inkt en tekenpapier en maakte hem het bezoek van een
kunstnijverheidsschool mogelijk. Door haar ontmoette hij ook de Duitse dichter Wolfgang Frommel (1902-1986) en
diens in de laatste oorlogsjaren in Amsterdam ondergedoken vrienden.
In deze kring die zich richtte op de klassieke oudheid, de Italiaanse Renaissance en de geestelijke erfenis van de
Duitse dichter Stefan George (1868-1933), kwam Haro leeftijdgenoten tegen die, ondanks het voortdurend dreigende
gevaar om door de Duitse bezetter opgepakt te worden, onverstoorbaar doorgingen met hun creatieve werk. Met twee
van hen, de tekenaars Peter Goldschmidt (1923-1987) en Simon van Keulen (1926-2006), en met Gisèle exposeerde Haro
in 1946 in de Shaeffer Galleries in New York ('Four Artists Underground'). In een themanummer van het door Frommel
na de oorlog opgerichte tijdschrift Castrum Peregrini (10/1952) staan drie paginagrote portrettekeningen van de
hand van Haro afgebeeld. De portretten vallen op door hun precisie en hun in de beste Nederlandse traditie staande
voorzichtige, onnadrukkelijke stilering.
Vlak na de oorlog bezocht Haro enkele jaren de Rijksakademie in Amsterdam. Hij werkte aan een serie portret-opdrachten,
maar daarnaast ook aan grote glas-in-lood ramen en muurschilderingen in opdracht van kerken en scholen. In 1951
reisde hij door Italië waar vooral de Florentijnse Renaissance diepe indruk op hem maakte. De akademische opleiding
tijdens de eerste naoorlogse jaren waarin nog de nadruk werd gelegd op de naturalistische, op de 19e eeuw gebaseerde
traditionele naaktstudie enerzijds en de elitaire, antimoderne houding van zijn vrienden anderzijds, weerhielden de
kunstenaar echter om zich serieus met de kunstontwikkelingen van zijn eigen tijd bezig te houden. Of heeft hij juist
hieraan zijn eigen, niet door modes gehinderde ontwikkeling te danken?
Menselijke en materiële problemen noodzaakten hem vanaf de jaren '60 om het kunstenaarschap meer op de achtergrond te
plaatsen - zo werkte hij o.a. als tekenleraar in Amsterdam, en voor de Nederlandse redactie van de "Deutschlandfunk"
in Keulen. Zijn waarnemingen van het Sobibor-Treblinka-proces (tegen Franz Stangl) in 1970 in Düsseldorf, dat met
een door velen als stuitend ervaren vrijspraak wegens gebrek aan bewijs eindigde, riep bij Haro nauwelijks verwerkte
herinneringen op aan de executie van 14 mannen door de Duitsers in Roermond in 1944. Deze executie dwong 3000 burgers,
waaronder Haro en zijn vader, uit hun schuilplaats te komen om alsnog voor dwangarbeid naar Duitsland gedeporteerd te
worden. Vanaf dat moment van bewustwording begon voor Haro de strijd van "recht versus onrecht". Hij startte een
grondig onderzoek, dat er mede de oorzaak van was dat de ongewroken oorlogsmisdaden van Roermond uiteindelijk aan het
licht zijn gekomen.
Sinds zijn verblijf in het Rijnland vanaf 1967, waar hij in het dorpje Nideggen-Embken met eigen handen een vakwerk
boerderij verbouwde, en later, na terugkomst naar Amsterdam in 1985, concentreerde hij zich als kunstenaar vooral
op het vervaardigen van plastieken. Zijn voornamelijk kleine bronzen beeldjes die hij in was of klei modelleerde,
bekoren door hun ambachtelijke kwaliteit en klassieke vormgeving. Zonder uitzondering betreft het figuratieve
beelden: centauren, paarden, torsi, danseressen, marathonlopers, ook enkele portretten. Haro noemde de Italiaanse
beeldhouwer Emilio Greco en de Franse Aristide Maillol als inspiratiebronnen, naast, altijd weer, de beelden van
de Italiaanse Renaissance en de klassieke oudheid.
In februari 2005 werd in het "Centrum voor de Kunsten Roermond" een overzichtstentoonstelling van zijn werk
gepresenteerd, naar aanleiding van de première van de mede dankzij hem tot stand gekomen tv-documentaire "Het Verdriet
van Roermond". Tijdens de opening noemde de directrice van het centrum, mevrouw Matu Huybregts, het werk van Haro op
het Veld "knap, integer, gevoelig, kundig", een werk dat "het leven verbeeldt".
Haro op het Veld mag dus tot die kunstenaars worden gerekend die hun hele leven door bleven werken en dankzij hun
talent, een solide opleiding en ambachtelijke bekwaamheid harmonische, verfijnde kunstwerken produceerden, zonder
echter de ambitie of de wens te hebben om op de voorgrond te treden. Zijn zorgvuldige techniek, zijn liefde voor het
detail - zoals bij voorbeeld blijkt uit zijn met potlood getekende miniatuurportretten - maken hem tot een typisch
Hollandse kunstenaar, in de traditie van de gebroeders Van Eyck en de 17e-eeuwse schilders van stillevens. Ook al is
de invloed van een Picasso en een Matisse in Haro's olieverfschilderijen en muurschilderingen bij voorbeeld niet weg
te denken, toch koos hij, zeker niet zonder innerlijke strijd en twijfels aan de eenmaal gekozen weg, voor een
positie als outsider. De toekomst zal leren welke kunstenaars van niveau aan onze aandacht zijn ontsnapt, en wie als
te tijdgebonden weer vergeten zal worden. Haro op het Veld overleed in december 2006.
